Wat is het?
In het oog bevindt zich direct achter de pupil (het zwarte rondje in het midden van je oog) een lens. De lens bestaat uit lenseiwit en is omgeven door een dun vlies – het lenskapsel. Staar, ofwel cataract, is een vertroebeling van de ooglens. Meestal ontstaat staar door veroudering van het weefsel van de lens. De lens wordt dikker naarmate je ouder wordt. Hierdoor verandert zij van sterkte. Bijgevolg kan ook de brilsterkte snel veranderen. Doordat de lens troebeler wordt, kunnen lichtstralen de binnenkant van het oog (het netvlies) minder goed bereiken en ga je wazig zien.
Symptomen
Bij staar kan je merken dat je zicht troebeler wordt; je gaat wazig zien. Ook verandert je brilsterkte plotseling snel.
Onderzoeken
Een operatie kan de vertroebeling van de ooglens (grotendeels) wegnemen. Tijdens de operatie wordt een passende, nieuwe kunststof lens (implantlens) geplaatst. Om de sterkte van de nieuwe lens te bepalen, is altijd eerst een oogmeting (biometrie) nodig. De sterkte van de lens die de oogarts tijdens de operatie in het oog plaatst, bepaalt ook de brilsterkte die na de operatie nodig is.
Behandelingen
Wanneer het gezichtsvermogen door de cataract verminderd is, kan een staaroperatie (cataractoperatie) meestal aanzienlijke verbetering geven. De operatie duurt zo’n 30 minuten, gebeurt onder lokale verdoving en verloopt als volgt:
- 3 dagen voor de ingreep start je met oogdruppels.
- 1 uur voor de ingreep wordt een pilletje in het oog aangebracht om de pupil open te zetten.
- Vlak voor de operatie worden verdovende druppels in het oog gedaan.
- Je krijgt een infuus (baxter) in de arm voor het geval pijnstilling, bloeddrukverlagende medicatie of lichte sedatie nodig zijn.
- In de bovenzijde van het hoornvlies wordt een sneetje van enkele millimeters gemaakt.
- Via dit sneetje wordt de troebele lens verwijderd.
- Via dit sneetje wordt de nieuwe (heldere) implantlens geplaatst.
- De operatie is klaar: het sneetje is zo klein dat dit vrijwel nooit gehecht hoeft te worden.
Eventuele complicaties
Complicaties tijdens de operatie zijn zeldzaam en niet te voorzien en komen gemiddeld in minder dan 5 procent van de gevallen voor:
- Infecties.
- Scheurtjes in de weefsels, waardoor de ingreep niet kan afgewerkt worden en een bijkomende ingreep noodzakelijk is.
- Sterk verhoogde oogdruk.
- Zwelling van het hoornvlies of netvlies.
- Netvliesloslating.
Nazorg
Sommige patiënten kunnen na de operatie wat misselijk zijn door de verdoving. Je krijgt ter bescherming een plastieken schelpje voor je geopereerde oog. Dit draag je een week lang elke nacht. Ook moet je 3 weken lang oogdruppels gebruiken. Je kan daarvoor een beroep doen op de thuisverpleging (wij geven een attest voor de terugbetaling ervan). Het kan zijn dat je nog niet scherp ziet na de operatie. Dat komt door de zwelling van het hoornvlies. Deze zwelling klaart meestal op na een aantal dagen.
Na de staaroperatie kan je over het algemeen alles doen zoals je gewoon bent, autorijden, bijvoorbeeld. Stel zwemmen wel uit tot 3 weken na de ingreep. Een week en 3 weken na de operatie kom je terug voor controle. Krijg je last van pijn, roodheid, wazigheid of zwarte vlekken, draden en/of lichtflitsen? Of heb je je oog gestoten? Neem dan meteen contact op met je oogarts.
Nastaar
Enkele maanden of jaren na de ingreep kunnen er nieuwe troebelingen op het lenszakje ontstaan. Deze nastaar ontstaat na 10-20 procent van de cataractoperaties en verdwijnt na een pijnloze poliklinische laserbehandeling.
Behandelende diensten
Cataract wordt behandeld door de dienst Oogziekten.