Wat is het?
Bij baarmoederhalskanker hebben zich kankercellen gevormd bij het onderste gedeelte van de baarmoeder, dat uitmondt in de vagina. In 2000/2001 werden in Vlaanderen ongeveer 800 vrouwen gediagnosticeerd met baarmoederhalskanker. Deze kanker is de meest voorkomende vorm van kanker aan de geslachtsorganen bij vrouwen tussen de 35-55 jaar. Baarmoederhalskanker kan zich uitbreiden op twee manieren: door lokale groei met ingroei van omgevende weefsels en door spreiding via de lymfebanen naar lokale lymfeklieren.
Verschillende types
Bijna alle baarmoederhalskankers worden veroorzaakt door het virus humaan papillomavirus (HPV). Dit virus kan initieel afwijkende cellen (en potentieel een voorstadium van kanker) veroorzaken bij de baarmoederhals, al gebeurt dit slechts bij een klein percentage vrouwen die geïnfecteerd zijn met HPV. Het immuunsysteem kan bij de grote meerderheid van vrouwen deze HPV-infectie neutraliseren.
Er zijn meer dan 100 HPV-subtypes, waarvan enkele (high risk types) de voornaamste oorzaak zijn van baarmoederhalskanker. Het gaat hierbij vooral om HPV 16 en HPV 18. De aanwezige afwijkende cellen kunnen zich ontwikkelen tot kanker. Dit proces duurt meerdere jaren. Ter preventie van baarmoederhalskanker zijn er momenteel in België twee HPV-vaccins (Gardasil en Cervarix) op de markt gebracht, die veelbelovende resultaten tonen op basis van klinische studies.
Symptomen
Patiënten met baarmoederhalskanker kunnen diverse klachten hebben. Vaak komt onregelmatig vaginaal bloedverlies voor, bijvoorbeeld na betrekkingen.
Risicofactoren voor baarmoederhalskanker zijn onder andere roken en meerdere en vooral promiscue seksuele partners.
Onderzoeken
Baarmoederhalskanker kan al in een vroeg stadium ontdekt worden met een uitstrijkje. Onder de microscoop is het mogelijk om het type baarmoederhalskanker te identificeren.
Uitstrijkje
Een regelmatige screening op baarmoederhalskanker is zeer belangrijk. De huidige screening bestaat uit baarmoederhalsuitstrijkjes (ThinPrep monolayer). Een uitstrijkje wordt onder de microscoop (met Imager) bekeken op mogelijke afwijkende cellen. Het is eventueel ook mogelijk om te bepalen welke HPV-subtypes aanwezig zijn. Zo geeft een uitstrijkje de mogelijkheid om baarmoederhalskanker en het voorstadium ervan te ontdekken. Hoe vroegtijdiger de opsporing van baarmoederhalskanker, hoe succesvoller de behandeling. De screening en de behandeling van de voorstadia hebben ervoor gezorgd dat baarmoederhalskanker in de laatste decennia minder voorkomt.
Types baarmoederhalskanker
Onder de microscoop wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende types baarmoederhalskanker, afhankelijk van de cellen waaruit deze opgebouwd is. In ongeveer 85 procent van de gevallen gaat het om plaveiselcelcarcinoom, kankercellen afkomstig van het buitenste gedeelte (plaveiselepitheel) van de baarmoederhals. Bij 13 procent van de gevallen zijn de kankercellen afkomstig van de binnenkant van de baarmoederhals, in het baarmoederhalskanaal (adenocarcinoom). Meer zeldzaam zijn het adenosquameus carcinoom en het clear cell carcinoom.
Behandelingen
Baarmoederhalskanker behandelen gebeurt doorgaans aan de hand van een operatie en/of bestraling:
Operatie
Als het gezwel zich alleen op de baarmoederhals bevindt, er geen uitbreiding is in omgevende weefsels en geen lymfeklieruitzaaiingen, dan gaat de voorkeur uit naar een operatie.
- Wertheim-Meigs-operatie (radicale abdominale hysterectomie met pelviene lymfeklierdissectie): een radicale verwijdering van de baarmoeder, samen met het omliggende steunweefsel, de klieren in het bekken en 2-3 cm vagina (de vaginatop). Meestal worden ook organen die bij de baarmoeder horen (adnexen), zoals de eierstokken, verwijderd.
- Bij kleinere gezwellen volgt een radicale vaginale hysterectomie en laparoscopische pelviene lymfeklierdissectie: hierbij wordt de baarmoeder radicaal verwijderd langs de vaginale weg. De klieren in het bekken worden verwijderd met een kijkoperatie.
- Wanneer vrouwen hun vruchtbaarheid (fertiliteit) willen behouden, kan een radicale vaginale trachelectomie en laparoscopische pelviene lymfeklierdissectie worden overwogen: een radicale verwijdering van de baarmoederhals, met behoud van het baarmoederlichaam. Langs de vaginale weg worden kleine gezwellen verwijderd. De klieren worden verwijderd met een kijkoperatie.
- Laparoscopische stagering: de verwijdering van vergrote klieren, zichtbaar gemaakt door beeldvormingsonderzoek.
- Exenteratie (anterieur en posterieur) van een terugkerende tumor (recidiverend carcinoom): hierbij worden centrale recidieven zonder tekenen van uitzaaiing radicaal verwijderd. Soms worden de blaas en een stuk darm mee verwijderd.
Bestraling
Na een operatie kan uit microscopisch onderzoek blijken dat er toch nog kankercellen aanwezig kunnen zijn in de omgevende weefsels of klieren. In dat geval krijgt de patiënt een aanvullende behandeling met chemoradiotherapie. Dit wordt ook bestraling genoemd. Gezwellen die zich uitbreiden in omgevende weefsels of uitzaaiingen vertonen in klieren, worden behandeld met primaire chemoradiotherapie.
Behandelende diensten
Baarmoederhalskanker wordt behandeld door de dienst Gynaecologie-Verloskunde.