Keizersnede
Met een keizersnede wordt bedoeld dat je een operatie moet ondergaan om je baby ter wereld te brengen. Soms wordt dit op voorhand gepland (tijdens de zwangerschap), en andere keren heeft een persoon dit nodig nadat de bevalling is begonnen.
Als je een keizersnede krijgt, word je bijgestaan door een anesthesist zodat je geen pijn voelt. Het doel van de anesthesie tijdens een keizersnede is om zowel jou als je baby comfortabel en veilig te houden. De anesthesietechniek en medicijnen worden aangepast zodat deze niet schadelijk zijn voor de baby.
Types anesthesie voor een keizersnede
Het type anesthesie hangt van veel factoren af (o.a. dringendhied, contra-indicaties voor een ruggenprik ... ). De anesthesist zal je een plan aanbevelen op basis van je situatie en de nodige uitleg hierover geven. Wij houden rekening met de gezondheid van jou en je baby en hoe lang de gynaecoloog verwacht dat de operatie zal duren. Er zijn 2 opties voor de anesthesie:
Regionale anesthesie (neuraxiale anesthesie; ruggenprik)
Bij dit type anesthesie worden medicijnen gebruikt om de onderste helft van je lichaam te verdoven. Je zult wakker en bewust zijn van wat er gebeurt, maar je zult geen pijn voelen tijdens de operatie. Het type regionale anesthesie dat het meest wordt gebruikt, wordt "spinale" anesthesie genoemd. Hiervoor steekt de anesthesist een klein naaldje in je onderrug en injecteert een medicijn om de zenuwen in je wervelkolom te verdoven. Een ander type wordt "epidurale" anesthesie genoemd. Hierbij wordt met een naald een buisje (een zogenaamde "katheter") in je onderrug geplaatst. Via de katheter wordt geneesmiddel toegediend om de pijn te blokkeren. Als je tijdens de bevalling een ruggenprik krijgt en uiteindelijk een ongeplande keizersnede nodig hebt, kan je vaak via het katheter dat al op zijn plaats zit medicijnen krijgen. Soms gebruiken anesthesiologen een combinatie van spinale en epidurale anesthesie.
Algemene anesthesie
Bij dit type anesthesie raak je bewusteloos, zodat je tijdens de operatie niets kunt voelen, zien of horen. Dit soort anesthesie wordt meestal alleen toegepast wanneer, wegens dringendheid, niet genoeg tijd is om een regionale anesthesie toe te passen, of wanneer je medische situatie de regionale anesthesie onveilig of riskant maakt.
Na de keizersnede
Na je keizersnede word je in de gaten gehouden in de ontwaakzaal totdat de effecten van de anesthesie zijn uitgewerkt. Als je regionale anesthesie hebt gehad, zal je onderlichaam waarschijnlijk nog een tijdje verdoofd blijven. Je kunt pas uit bed komen als de gevoelloosheid volledig is verdwenen.
Om op de pijn van de operatie te anticiperen, geeft de anesthesist je langwerkende pijnmedicatie samen met de spinale of epidurale anesthesie. Indien nodig krijg je ook bijkomende pijnmedicatie in de vorm van pillen of via je infuus.
Borstvoeding na anesthesie
Het is veilig om je baby borstvoeding te geven na anesthesie. De anesthesist communiceert met de verpleegkundige en registreert in je dossier in het geval een aanpassing nodig is. Dit wordt ook duidelijk aan jou gecommuniceerd.