Wat is het?
Scheelzien (strabismus) kan ontstaan op verschillende leeftijden:
- Congenitaal scheelzien is vrij snel na de geboorte zichtbaar.
- Infantiel scheelzien treedt op wanneer een kind gaat scheelkijken omdat het eigenlijk verziend is.
- Scheelzien kan op latere leeftijd verworven worden door verlamming of spieraantasting.
Kinderen: kans op lui oog
Bij kinderen is het belangrijk om het zicht zo snel mogelijk te bepalen en te behandelen. Wanneer een kind scheelziet, kan het scheelstaande oog lui worden (amblyopie). Het kind zal fixeren met het andere oog, met als gevolg dat het schele oog niet wordt gestimuleerd. Na een tijdje zal het gezichtsvermogen (visus) in dit oog dalen. Een kind met een scheel oog zal dus niet dubbel zien; het beeld van één oog wordt langzaam uitgeschakeld. Het is belangrijk om dit proces tijdig te stoppen.
Symptomen
De symptomen en gevolgen van scheelzien kunnen verschillen per leeftijdscategorie:
Congenitaal scheelzien
Vrij snel na de geboorte is hier al scheelzien. Meestal gaat het om een vrij grote hoek van scheelzien. Een volledig oftalmologisch onderzoek is nodig om te weten of er geen afwijking in het oog aanwezig is. Deze kinderen kunnen vanaf de leeftijd van 10 maanden al geopereerd worden.
Infantiel scheelzien
Rond de leeftijd van 2 à 3 jaar gaat het kind scheelzien. Onderliggende oorzaak is vaak verziendheid (hypermetropie). Kinderen die hypermetroop zijn, zien niet scherp als ze geen inspanning doen om de lens op te spannen (accommoderen). Als ze willen scherp zien, moeten ze accommoderen. De ogen hebben daardoor een accommodatie-convergentiereflex: wanneer het kind accommodeert, gaan de oogjes automatisch naar binnen staan. Dit heet esotropie – scheelzien naar binnen of accommodatief scheelzien. Een kind heeft de mogelijkheid om tot + 10 dioptrie te accommoderen. Hoe ouder men wordt, hoe slechter deze accommodatiecapaciteit wordt, dus een kind met bijvoorbeeld een hypermetropie van + 6 dioptrie kan scherp zien door zijn lens op te spannen, waardoor het oog tegelijkertijd zal scheelzien naar binnen.
Verlamde oogspier
Iemand kan op latere leeftijd scheel gaan kijken door verlamming. De spieren rond het oog worden bezenuwd door verschillende hersenzenuwen. Wanneer iemand bijvoorbeeld een bloeding, infarct of hersentumor heeft, kunnen die zenuwen beschadigd worden. Daardoor kan een of meer oogspieren verlamd raken, waardoor het oog gaat scheelzien.
Aangetaste oogspier
Een oogspier kan ook op elke leeftijd aangetast worden. Dat kan het gevolg zijn van een spierziekte (zoals myasthenia gravis), door een ontsteking (myositis) of door littekenweefsel. In dit laatste geval spreekt men van restrictief spierlijden (zoals bij Graves’ oftalmopathie).
Onderzoeken
Wanneer iemand scheelziet, moet altijd onderzocht worden wat de onderliggende oorzaak is. Dat kan cataract zijn, maar bijvoorbeeld ook een netvliesafwijking of refractieafwijkingen.
Congenitaal scheelzien
Een volledig oftalmologisch onderzoek is nodig om te controleren of er geen afwijking in het oog aanwezig is. Kinderen met congenitaal scheelzien kunnen vanaf de leeftijd van 10 maanden al geopereerd worden.
Behandelingen
De strabismusoperatie is vaak de gekozen behandeling. Dit is een operatie onder algemene verdoving. Er wordt een incisie gemaakt in het bindvlies (conjunctiva), parallel met het hoornvlies (cornea). Van daaruit wordt de spier opgezocht die het scheelzien veroorzaakt. Deze wordt losgemaakt en verplaatst. Bij recessie wordt de spier naar achteren verplaatst, waardoor zijn werking wordt afgezwakt. Bij resectie wordt de spier naar voren verplaatst, waardoor zijn werking wordt versterkt. Het bindvlies wordt gesloten met oplosbare hechtingen. De volgende dagen is het nog rood en opgezwollen (oedemateus). De patiënt mag dezelfde dag naar huis.
Of tot de operatie wordt overgegaan, hangt af van de oorzaak van de aandoening:
Lui oog
De eerste taak bij scheelzien is ervoor zorgen dat het luie/scheelstaande oog gestimuleerd wordt. Dit kan door het andere oog een paar uur per dag af te plakken (amblyopietraining). Later, wanneer het gezichtsvermogen verbeterd is, kan een strabismusoperatie worden uitgevoerd. Ook na de operatie moet het oog afgeplakt worden. Tot aan de leeftijd van 7 jaar kan het gezichtsvermogen beïnvloed worden door training. Tot die leeftijd zijn regelmatige controles en mogelijke aanpassingen van de behandeling aangewezen.
Congenitaal scheelzien
Vanaf 10 maanden kan een baby met scheelzien worden geopereerd.
Infantiel en accommodatief scheelzien
Als een kind scheel kijkt omdat het verziend is, kan een bril met hypermetrope glazen (positieve glazen) uitkomst bieden. Doordat het kind nu zelf de lens niet meer hoeft op te spannen om scherp te zien, zal het minder scheelzien. Indien het kind met de bril op nog een beetje scheel kijkt, kan deze rest gecorrigeerd worden met een strabismusoperatie.
Verlamming
Wanneer scheelzien ontstaat door een beschadigde zenuw en verlamde spieren, bijvoorbeeld door een bloeding, infarct of tumor, kan de zenuw uit zichzelf herstellen. Daardoor kan de spier ook weer gaan werken. Indien er geen herstel optreedt, kan een strabismusoperatie uitgevoerd worden.
Aangetaste oogspier
Als een oogspier is aangetast door een evolutieve spierziekte zoals myasthenia gravis, kan een operatie worden afgeraden. De spieraandoening zal zich immers voortzetten en de operatie zal zijn effect snel verliezen. Als de aantasting stabiel is, zoals bij Graves’ oftalmopathie, kan wel een strabismusoperatie worden overwogen.
Behandelende diensten
Scheelzien wordt behandeld door de dienst Oogziekten.