Wat is het?
Een pleurale vochtuitstorting (pleurale effusie) is de ophoping van vocht rond (niet in) de longen, namelijk tussen de longvliezen (pleurabladen). Hartfalen (hartdecompensatie) is vaak de oorzaak van een pleurale vochtuitstorting. Het pleuravocht kan ook veroorzaakt worden door een infectie, tuberculose, kanker of andere gezondheidsproblemen.
Symptomen
Ademnood, pijn in de borstkas (thoracale pijn), hoesten, koorts en/of hik zijn symptomen van een pleurale vochtuitstorting.
Onderzoeken
De volgende onderzoeken kunnen aangeven of u pleuravocht heeft en wat daarvan de oorzaak is:
- Longfoto (RX-thorax)
- CT-scan van de borstkas
- Echo van de borstkas
- Pleurapunctie, waarbij met een naald in de tussenribruimte een staal van het pleuravocht wordt afgenomen. Bij grote hoeveelheden pleuravocht met ademnood kan het vocht ook worden gedraineerd.
- Eventueel een pleurabiopsie of weefselafname, onder lokale verdoving met een biopsienaald of onder algemene verdoving tijdens een thoracoscopie.
Behandelingen
De behandeling van het pleuravocht is afhankelijk van de symptomen en de oorzaak.
Hartfalen
Meestal volstaat bij hartfalen het starten of opvoeren van vochtafdrijvende medicatie.
Infectie of tuberculose
Bij een infectie of tuberculose (TBC) wordt antibiotica voorgeschreven. Eventueel kan met een thoraxdrainage vocht van de infectie worden afgevoerd.
Kanker
Bij kanker wordt een oncologische behandeling gestart. Om snel terugkerend en kwaadaardig pleuravocht te voorkomen, kunnen de longvliezen eventueel worden ‘geplakt’ met steriele talkpoeder. Dat wordt chemische pleurodese of talkage genoemd.
Behandelende diensten
Een pleurale vochtuitstorting wordt behandeld door de dienst Longziekten (pneumologie).